Urbanmag – Maart 2008

Actionfields: een dubbelinterview met Tom Woestenborghs en Vincent Verbist

TIJDELIJK EIGENTIJDS

  • datum 18.03.2008
  • auteur Kristin Rogghe
  • rubriek Beeldende kunst

Sinds kort is Brussel een actieterrein voor hedendaagse kunst rijker, in het hartje van de Marollen. Op zoek naar artistieke ontdekkingen baan ik me een weg doorheen de opengebroken Hoogstraat, nummer 323 tegemoet. Eén blik in de grote glazen vitrine volstaat om het vast te stellen: de vroegere Boutique Alice heeft een nieuwe bestemming gekregen, en wel een kunstzinnige. Het pand stond al een poosje leeg en werd door de eigenaar toevertrouwd aan Precare, een Brusselse organisatie die vecht tegen leegstand door gebouwen als deze tijdelijk open te stellen voor kunstenaars. De voormalige boetiek huisvest tegenwoordig niet alleen ateliers, maar ook een “temporary art gallery”: Actionfields. Op 14 maart opende daar de eerste solo-tentoonstelling in een interessante reeks. Tijd voor een dubbelinterview met kunstenaar Tom Woestenborghs en curator Vincent Verbist.

Vincent, in deze buurt zijn reeds een aantal kunstgalerieën gevestigd. Op welke manier onderscheidt Actionfields zich daarvan?

VV: Ik zie die galerieën zeker niet als concurrenten, want we werken op een andere manier en met een ander soort kunstenaars. In Actionfields is het me te doen om jonge kunstenaars met eigentijds werk. Maar pas op: ik ga wel op zoek naar een bepaald niveau, ik wil de standaarden tegenover het publiek hoog houden. In het verleden heb ik al gewerkt met oudere, gevestigde kunstenaars. Maar vaak had ik het gevoel dat zij met hen gedachten nog in het verleden leven. Dat past niet meer in het verhaal dat ik met Actionfields wil vertellen. In tegenstelling tot de grote galerieën rondom, werkt Actionfields met beperkte middelen en op een tijdelijke basis. Dat zie je aan de ruimte: die is niet perfect afgewerkt. Maar dat maakt het voor vele kunstenaars juist interessant. Ze mogen met de galerieruimte doen wat ze willen, ze mogen hier alles veranderen. De naam Actionfields slaat ook op de positionering van de kunstenaar binnen de ruimte en binnen de maatschappij. De eerste solo-tentoonstelling die ik programmeer, van Tom Woestenborghs, sluit daar perfect bij aan.

Tom, kan jij ons wat meer vertellen over je werk op deze tentoonstelling?

TW: Het werk handelt over de OB-ruimte in een gevangenis. OB staat voor Ongestoord Bezoek – het gaat dus over die ruimte waar de gevangene een privaatplaats kan vinden binnen de gevangenis. De verhouding tussen private en publieke ruimte en de positie van de mens binnen de ruimte is een constante in mijn werk. In het gevangeniswezen speelt dat op verschillende niveaus: naar de buitenwereld toe lijkt de gevangenis een erg private plaats, maar binnenin is alles heel publiek. De OB-ruimte zorgt dan weer voor een privé-ruimte binnen dat publieke.

In jouw oeuvre fungeert het interieur vaak als metafoor: details in de ruimte zijn te lezen als tekenen aan de maatschappelijke wand. Wat is jouw positie als kunstenaar hierin?

TW: Als kunstenaar ben ik in de eerste plaats zelf een toeschouwer, en wil ik wat ik zie voorschotelen aan andere mensen. Zo werk ik vaak rond woonkamers. De geslotenheid daarvan duidt volgens mij op sociale vervreemding. Ook heb ik een werk gemaakt over de toiletten van De Leeuw van Vlaanderen – dat is een extreem-rechtse kroeg, het stamcafé van Filip De Winter. Zulke ruimtes houden de maatschappij een spiegel voor.

Nochtans focust de titel van deze tentoonstelling niet op de socio-politieke inslag van je werk, maar op de gebruikte technieken: Lightbox/Drawing/Collage. Waarom koos je deze titel?

TW: De titel dient om te duiden hoe het werk juist in elkaar steekt. Vele mensen denken dat het fotoprints zijn, terwijl de beelden die ik toon met de hand gemaakt zijn. Op basis van foto’s die ik nam in de gevangenis, heb ik tekeningen gemaakt. Op basis van die tekeningen maakte ik dan collages, die de ruimtes natuurgetrouw weergeven. En door die collages te presenteren in een lightbox, worden ze weer een plat beeld en krijgen ze een schilderkunstige touch. Ik ben trouwens schilder van opleiding, hoewel ik vooral actief ben als installatiekunstenaar.

In andere projecten werk je inderdaad vaak met maquettes om een ruimte weer te geven. Iser voor jou een groot verschil tussen een maquette en een collage, wat betreft de verhoudingvan het kunstwerk tot de realiteit?

TW: In beide gevallen gaat het om een reconstructie van de reële ruimte. Eigenlijk volgt een collage hetzelfde procédé als een maquette, maar dan tweedimensionaal in plaats van 3D. Het resultaat is telkens een tastbaar object, door de blik van de toeschouwer te consumeren. Maar als ik een maquette maak, krijgt de toeschouwer die meestal niet rechtstreeks te zien. Ik toon enkel videobeelden die gefilmd zijn in de maquette. Op die manier moet de toeschouwer de ruimte zelf vormen in zijn hoofd. Hij moet die reconstructie zelf opnieuw voltrekken.

Als je zo gevoelig bent voor ruimtes, heb je dan ook ingespeeld op de tentoonstellingsruimte die Actionfields je bood?

TW: Eigenlijk niet. Mijn vroeger werk bestaat voornamelijk uit ingrepen in de ruimte, maar
in dit geval toon ik vlak werk, dat gewoon aan de muren hangt. Ik zie dit werk eerder als een
tussenstadium in een ruimer project. Het zou dus goed kunnen dat ik met Ongestoord Bezoek
nog de ruimtelijke toer opga.

Vincent, jij hebt intussen al veel tijd, middelen en moeite geïnvesteerd in Actionfields. Wat drijft je eigenlijk om dit te doen?

VV: Het is een verslaving. Als kind werd ik door mijn vader meegenomen naar kunstbeurzen en rommelmarkten. Het kopen en verkopen van kunstwerken, maar ook het organiseren in het algemeen zit me van jongs af in het bloed. In het middelbaar studeerde ik handel, en daarna heb ik de stap gezet naar de universiteit om kunstgeschiedenis te kunnen studeren. In het begin was ik nauwelijks bezig met hedendaagse kunst. Dat is pas de laatste jaren gekomen. Nu doet oude kunst me minder: je kan het verhandelen of verzamelen, maar dan staat het daar. Ik kan wel waarderen dat het bijvoorbeeld ‘goed geschilderd’ is, maar hedendaagse kunst vind ik toch boeiender. Het lijkt me namelijk heel moeilijk om tegenwoordig nog met een nieuw idee naar voor te komen. Daarom heb ik zoveel appreciatie voor kunstenaars die daarin slagen. Het interessante aan hedendaagse kunst is ook dat de
meeste kunstenaars nog in leven zijn – je kan dus met hen praten of hun atelier bezoeken, om zo te begrijpen hoe en waarom ze zulke werken maken. Op de openingen in Actionfields kan ook het publiek de kunstenaar ontmoeten.

Deze ruimte in de Hoogstraat heb je slechts tijdelijk ter beschikking. Heeft Actionfields ook ambities op langere termijn?

VV: Zeker. Mijn persoonlijke ambitie is om binnen vijf à zes jaar een echte galerie te kunnen runnen. Deze ruimte heeft dat statuut nog niet. Ik zie het eerder als een oefenterrein. Actionfields heeft in 2007 al een tijdelijk project georganiseerd in een leegstaand appartementsgebouw in Neder-over-Heembeek, en zelf cureerde ik tentoonstellingen in het Gemeentehuis van Schaarbeek en het Antwerpse Provinciehuis. Hier in de Hoogstraat heb ik
voor het eerst een eigen ruimte. Vandaar ook de naam Actionfields Construction Site I. Met een eigen ruimte is het heel wat makkelijker om kunstenaars te promoten. De kunstenaars zijn niet vast verbonden aan Actionfields zoals aan een echte galerie, maar ik probeer hen toch zoveel mogelijk steun en uitstraling te geven. Niet enkel door een solo-tentoonstelling, maar ook door hen voor te stellen binnen andere initiatieven. Zo heb ik onlangs zes
kunstenaars binnengebracht op de Brusselse museumnacht van Amuseevous, in de tentoonstelling “M’as-tu vu?” Dat is goed voor de naambekendheid van die kunstenaars én van Actionfields. Met Actionfields wil ik dus vooral kansen creëren: zowel voor mij als voor de kunstenaars, maar ook voor schrijvers en andere curatoren. Zo wordt de tentoonstelling van Tom Woestenborghs begeleid door een verhelderende tekst van Pieter Vermeulen,
geschreven in samenspraak met de kunstenaar.

Tom, waarom ben jij als kunstenaar in zee gegaan met Actionfields? En hoe verloopt de samenwerking?

TW: Ik ben Vincent ooit tegen het lijf gelopen en van het een kwam het ander. De samenwerking verloopt goed, dus zetten we dat voort zolang het voor beide partijen werkt. Actionfields geeft me de mogelijkheid om werk te tonen dat nog niet het eindproduct is van het hele proces. Vincent doet veel voor mij op vlak van publiciteit en promotie, en heeft in ruil natuurlijk recht op een aandeel in de verkoop van mijn werken op deze tentoonstelling.

Hoe sta je in het algemeen tegenover het commerciële en economische aspect van je kunst?

TW: Ik ben daar eigenlijk niet echt bezig. Ik bevind me in de luxepositie dat ik genoeg inkomsten haal uit mijn werk buiten het commerciële circuit om, dus moet ik me daar niet op richten. Anderzijds is het belang van dat circuit niet te onderschatten. Op dat vlak is de kunstenaar een kleine zelfstandige, die ervoor moet zorgen dat zijn zaak blijft draaien.

Vincent, in het Brusselse culturele wereldje ben je in het goede gezelschap van andere initiatieven die een plaats bieden aan jonge kunstenaars, zoals Second Room, L’écurie of het curatorencollectief Komplot. Dreigt er stilaan geen overaanbod?

VV: Het aanbod is inderdaad enorm, ik word er soms niet goed van… (lacht). Maar anderzijds voel ik toch nog een zekere nood bij jonge kunstenaars. De meeste initiatieven bieden namelijk een eenmalig platform en presenteren steeds nieuwe kunstenaars, terwijl Actionfields naar buiten wil komen met een beperkte groep van vaste kunstenaars en hun werk wil tonen in meerdere solo- of groepstentoonstellingen, ook buiten de eigen ruimte. Er zijn trouwens plannen om met gelijkaardige initiatieven in het Brusselse de krachten te bundelen, en een parcours uit te werken zodat het publiek van de ene organisatie ook de andere kan ontdekken, en iedereen een graantje kan meepikken van de publiciteit. In mei neemt Actionfields ook deel aan een samenwerking rond mei ’68, op initiatief van de kunstenaar Colin Waeghe.

Door die samenwerkingen zal je waarschijnlijk het bestaande publiek van kunstliefhebbers nog beter bereiken. Maar doe je ook moeite om een publiek aan te spreken dat nog niet zo nauw betrokken is bij het kunstgebeuren? Biedt de ligging van Actionfields hier in de Marollen geen kansen op dat vlak?

VV: De Marolliens die hier dagelijks passeren lijken over het algemeen niet zo geïnteresseerd in de kunst die Actionfields promoot. Sommigen blijven wel even hangen voor de vitrine, maar de stap om binnen te komen blijkt voor velen te groot. Toch denk ik dat Actionfields minder hoogdrempelig is dan de grote galerieën in de buurt. Het gebeurt dat buurtbewoners spontaan binnen komen om een babbeltje te slaan en te kijken waar jonge mensen vandaag mee bezig zijn. Dat vind ik wel gezellig.

Wat staat er verder nog op het programma van Actionfields?

VV: Vanaf 27 maart palmen Luc Swinnen en Herman Vanderhulst een week lang de ruimte in met “Ceci n’est pas un drapeau”, een beeldende zoektocht naar een nieuwe Belgische vlag. Doordat het thema brandend actueel is, haalde dit project al de nationale pers. De volgende solo-tentoonstelling in Actionfields is van Thomas Huyghe. Zijn stijl is geënt op reclame en spreekt daardoor meteen aan, maar de overdreven happiness in zijn beelden
impliceert ook een sociale kritiek. Die tentoonstelling opent op donderdagavond 10 april, en iedereen is welkom. Nog veel succes, heren, en bedankt voor het gesprek.

Tom Woestenborghs: Lightbox/Drawing/Collage
14 – 23 maart
zaterdag – zondag: 10 – 16u
Actionfields – Construction Site I
Hoogstraat 323
1000 Brussel