Tom Woestenborghs

“Salvation can be found in the illusion of involvement.”

In Verbeke foundation, vernissage 1 mei 2011.

 

“Salvation can be found in the illusion of indifference.”

in de Tweede Helft, vernissage 7 mei 2011.

 

Cabaretier Freek de Jonge zei ooit in verband met het engagement van de kunstenaar: “Als het goed gaat in een land, heeft een kunstenaar de taak om te ontregelen en vragen te stellen. Als het niet goed gaat, moet de kunstenaar hoop bieden en troosten.” Beide houden een engagement in. Maar kan je hierin een hiërarchie aanbrengen? Is het eerste engagement hoger dan het tweede? In een tijd waarin het maatschappelijk draagvlak voor de kunstensector opnieuw verkleint, lijkt het er op dat kunstenaars zelf opnieuw duidelijker stelling innemen. Maar is dit het engagement dat de kunstenaar moet nemen? Kunstcriticus Rutger Pontzen van de Nederlandse Volkskrant stelt dat kritisch geëngageerde kunstenaars eigenlijk niet bestaan: engagement wil iets bereiken en de maatschappij veranderen terwijl kunst gewoon ís.

In mei gaan er twee tentoonstellingen open met werk van Tom Woestenborghs. Op 1 mei gaat het eerste luik van start in de Verbeke Foundation in Kemzeke: “Salvation can be found in the illusion of involvement.” Vervolgens gaat op 7 mei dan het tweede luik van start in De Tweede Helft in Turnhout: “Salvation can be found in the illusion of indifference.”

De keuze voor een tweeluik is niet toevallig. De titels verschillen maar met één woord van elkaar. Involvement staat tegenover Indifference. Het lijken elkaars tegengestelden te zijn. Maar door tweemaal het woord ‘illusion’ toe te voegen wordt die tegenstelling geneutraliseerd en is ze al veel minder groot dan ze op het eerste gezicht lijkt. De twee tentoonstellingen laten ons de dualiteit van Woestenborghs’ werk zien. De evenwichtsoefening die hij in zijn kunst en in zijn leven telkens opnieuw tot een goed einde moet brengen. Engagement tegenover onverschilligheid. Beiden zijn nodig, maar tot op welke hoogte? Als kunstenaar weeg je steeds af hoe ver je betrokkenheid bij een onderwerp kan gaan. Is vormelijkheid voor de kunstenaar onverschilligheid? Zit het engagement met andere woorden in de onderwerpen? Of is de vormelijkheid en het uitpuren ervan net het engagement dat de kunstenaar moet nemen?

In zijn eerder werk had Woestenborghs de neiging om zaken helemaal uit te benen. Zo werkte hij bijvoorbeeld een jaar lang aan één thema : de ‘ongestoord bezoek’-ruimte in de gevangenis. Zijn recent werk is directer. Woestenborghs vertrekt tegenwoordig van fotomateriaal dat van uiteenlopende oorsprong kan zijn. Zijn interesse gaat hierbij vooral uit naar de kleine dingen die het leven boeiend kunnen maken. Na zijn opleiding in de schilderkunst evolueerde Woestenborghs naar het maken van maquettes en installaties. Dat werden uiteindelijk video-installaties. Maar recent zette hij dus de stap richting lichtbakken. Hierbij gaat hij als volgt te werk: hij maakt zwarte stift tekeningen op een opaal plexiplaat die hij vervolgens 2-zijdig bekleeft met stukjes transparante folie. Zijn hoofdmateriaal wordt het licht. Deze werkwijze verschilt uiteindelijk niet erg van het maken van een schilderij, zij het dat het opbouwen van het beeld bewuster en meer vanuit een analyse gebeurt. Die hele weg heeft de kunstenaar dus afgelegd om uiteindelijk opnieuw schilderkunstige ingrepen te doen. Zijn recent werk krijgt duidelijk een meer esthetisch vertrekpunt, maar ook nu gaat Woestenborghs sociale en politieke statements niet uit de weg.

 

Annelies Nagels