Ongestoord bezoek

Over Tom Woestenborghs

Quoi d’étonnant si la prison ressemble aux usines, aux écoles, aux casernes, aux hôpitaux, qui tous ressemblent aux prisons ?

Michel Foucault

In zijn boek Surveiller et punir (1975) bestempelt Michel Foucault het gevangeniswezen – zoals we dat nu kennen – als een typisch modern fenomeen. De opkomst hiervan ging grotendeels samen met de verdwijning van de fysieke lijfstraffen en plein public. De beschuldigde werd vanaf nu opgesloten achter massieve, zwijgzame gevangenismuren, in een dubieuze marge ‘naast’ de publieke ruimte. Het zijn deze immense, onoverkomelijke muren die de grens tussen normaliteit en abnormaliteit instellen. De goede orde binnen de samenleving heeft haar bestaan immers te danken aan een machtsmechanisme dat sociale afwijkingen erbuiten plaatst, hen isoleert, disciplineert en normaliseert. In plaats van folteringen te ondergaan moet de gevangene zich nu louter onderwerpen aan de beschuldigende blik van de cipiers, die hun plicht vervullen namens de ganse maatschappij. In het hedendaagse gevangeniswezen wordt dit toezicht extra verzekerd door de alomtegenwoordigheid van camera’s die de delinquenten geen seconde uit het oog verliezen.

Toch is er nog een plaats die van de permanente controle gevrijwaard wordt. Het staat bekend als de ruimte voor ‘ongestoord bezoek’ (OB), waar niet-gestoorde (i.e. ‘normale’) mensen ongestoord (i.e. zonder supervisie) op visite kunnen komen. Er is een zithoek, een slaaphoek, een badkamer met douche en toilet. Het bezoek duurt maximaal twee uur, en is louter bestemd voor bajesklanten die een relatie onderhouden van minstens zes maanden. Aan de inkom hangt een nota met instructies die de bezoeker in geen geval mag veronachtzamen. Je krijgt vers wasgoed en propere lakens mee, frisdrank staat in de koelkast. Er hangt een landschapsschildering aan de muur: een cynisch alternatief voor het barre uitzicht dat het raam aan de overkant biedt. Een streepje muzak zou hier misschien niet misplaatst zijn. Please, make yourselves at home.

De artificiële intimiteit van het interieur heeft de hyperrealistische allures van een installatie; de inrichting is als een flets, smakeloos ersatz van de realiteit. Tegelijk vormt het geheel een mooie uitdrukking van de fascinaties die Tom Woestenborghs al langer in de ban houden. Zijn eerdere werk bestaat grotendeels uit installaties en maquettes, die uitdrukkelijk de grens tussen de (vermeend) publieke en private ruimte verkennen. In zijn recent werk vertrekt hij van fotografisch documentatiemateriaal, dat hij nadien met zelfklevende folie collagegewijs op lichtbakken tracht te vertalen. Het resultaat is haast magnetisch, en de beelden bezitten een erg directe zeggingskracht. Ook hier worden politieke statements bewust niet uit de weg gegaan. En dat is meer dan terecht, in een tijd waarin we steeds meer in één groot panopticon leven, beheerst en bewaakt door een alziende, maar zelf onzichtbare macht.

Pieter Vermeulen