Het alledaagse belicht

Voor Tom Woestenborghs

Maybe the “trivial” is just a failed version of the “everyday.” The everyday, or the commonplace, is the most basic and the richest artistic category. Although it seems familiar, it is always surprising and new.

Deze woorden zijn van de Amerikaanse fotograaf Jeff Wall, wanneer hij in een interview gevraagd wordt naar de rol die het alledaagse speelt in zijn werk [1]. Zonder te willen ingaan op zijn oeuvre, is het interessant om even stil te staan bij het verschil tussen het alledaagse en het triviale. Wat we veelal pejoratief als ‘triviaal’ omschrijven heeft iets te maken met een storend teveel aan alledaagsheid: de verstikkende, ordinaire banaliteit die ons leven ongemerkt komt binnensluipen. De dooddoener die ons bestaan doet voorkomen als een saaie rit die we moeten uitzitten tot het bittere einde. [2] Het triviale is echter een mislukte, gemaskeerde versie van alledaagsheid, zo zegt Wall. Zij heeft namelijk nog een andere, eerder vluchtige gedaante die al snel tussen onze vingers door glipt, maar die de kunstenaar in zijn werk tracht te bestendigen. Sterker zelfs, pas in de kunst wordt het alledaagse ‘geslaagd’ of ‘gelukt’.[3] Beiden zijn dus grotendeels op elkaar aangewezen.

Kunst wortelt dus steeds in het alledaagse, al doet zij er wel iets mee. Voor Tom Woestenborghs is dat niet anders. In zijn werk neemt hij vaak autobiografische anekdotes of zelfgemaakte foto’s als vertrekpunt, met een scherpe neus voor de curiositeiten en verrassingen die het leven rijk is. Deze scènes knipt hij als het ware uit de werkelijkheid, om er nadien zelf mee aan de slag te gaan. Zijn composities zijn vervaardigd uit gekleurde folie, die hij secuur en in verschillende lagen aanbrengt op plexiplaten. Waar de collagetechniek het doorgaans moet hebben van een opake materialiteit, werkt Woestenborghs met transparant materiaal dat het licht gradueel doorlaat. Het procédé van de lichtbakken kennen we natuurlijk van Jeff Wall, maar is in de eerste plaats ontleend aan de industrie van reclamepanelen: over alledaagsheid gesproken… Maar de manier waarop onze blik door dit samenspel van licht en beeld gevangen wordt, doet nog aan een ander, minder triviaal fenomeen denken: glasramen. In de twaalfde eeuw ontwierp abt Suger de Saint-Denis een bepaald soort theologie die bekend staat als ‘lichtmystiek’. Het glasraam deed er dienst als een soort scherm tussen het natuurlijke en het bovennatuurlijke licht, dat de goddelijke aanwezigheid in de gotische basiliek symboliseerde. Profane reclamepanelen en sacrale glasramen: twee associaties die haaks op elkaar lijken te staan. Dat is niet noodzakelijk zo. In het werk van Tom Woestenborghs wordt het alledaagse met een mystieke zweem omgeven. Voor de mysticus was het wereldse slechts een voorsmaakje van het bovenwereldse. In het werk van Woestenborghs wordt de alledaagsheid echter op zichzelf teruggeworpen, op haar eigen, zwijgzame kern – als een belofte die niet kan worden ingelost.

Zo toont hij bijvoorbeeld een smachtende Maria Magdalena (2008): een seculier icoon ontdaan van elke sacraliteit – een film still? De collage is aangebracht op de achterzijde, wat een eerder flou effect oplevert dan de scherpere lijnen en felle kleuren van andere werken. The Gift (2009) is een ludiek commentaar op de waarde van geschenken met gadgetwaarde. Et moi je veux nager? (2009): subtropische zwembaden, een van de weinige paradijzen die ons nog (zullen) resten? Het titelloze fragment van een betegeld badkamerinterieur (2009) houdt de toeschouwer tussen nabijheid en afstand, abstractie en figuratie. Pigeon (2008): op het eerste zicht moeilijk leesbaar, maar nadien een humoristische bekentenis. We know (2009) sluit aan bij de thematiek van vroeger werk. De totem van camera’s lijkt een symbool van de gewijzigde machtsverhoudingen. Self-Portrait/Questioning (2009) is een ironisch-heroïsch zelfportret, de blik strak naar de hemel gericht. Post era gesture (2009): de herwerking van een dramatisch barok tafereel, en een persoonlijke ode aan de meesters van de clair-obscur.

Pieter Vermeulen, januari 2009



[1] Jan Tumlir: ‘The Hole Truth. Jeff Wall: Interview’. ArtForum International, maart 2001.

[2] Ik denk onwillekeurig terug aan een uitspraak die ik ooit hoorde van een fundamentalistische jihadpredikant: “Het leven is als een toilet. Je komt er binnen, en je wilt er zo snel mogelijk weer buiten.”

[3] Merk op dat Wall het alledaagse onomwonden beschrijft als een artistieke categorie.